Instinct

Vorig jaar was ik ergens en ik kon er niet weg. Ik kon het niet maken om weg te gaan, ik kon de anderen niet in de steek laten. Niet op deze bijzondere dag, no way dat ik weg ging. Vorig jaar was ik ergens en ik kon er niet blijven. Mijn lichaam vertelde me dat het geen optie was om te blijven, ik werd ziek, misselijk, kreeg hoofdpijn. Teveel spanning, er dreigde gevaar, ik moest daar weg, no way dat ik bleef.

Op hetzelfde moment moest ik blijven en moest ik gaan. De sociale verwachtingen vertelde me dat ik me kapot moest schamen om er überhaupt over na te denken om te vertrekken. Zij zouden een schuld op me leggen die ik nooit meer goed zou kunnen maken (als ik hem aannam). Mijn intuïtie vertelde me dat zij net zo lang door zou zeuren tot ik zou luisteren; nog zieker, nog misselijker. Mijn gedachten werden uitgeschakeld, mijn instinct nam het over. Nadenken over wat wel en niet acceptabel was ging niet meer: “Ik moet nu weg!” was het enige gevoel dat door mijn lichaam suisde. Van top tot teen, met de nadruk op NU!

Twee jaar geleden was ik ergens en ik kon niet weg, ik voelde aan alles dat ik moest blijven. Het was geen optie om weg te gaan. Het veilige thuisgevoel was overweldigend. Mijn hersenen probeerden me nog te vertellen dat het niet normaal was om te blijven, dat het veel te vroeg was om te voelen wat ik voelde. Dat je nooit zeker kunt weten dat je bij de eerste ontmoeting van iemand houdt. “Ga nou toch maar voor die laatste trein”, hoorde ik mijn ratio nog fluisteren. No way dat ik die nacht ergens anders moest zijn dan daar, dus ik bleef. Volop vertrouwende op mijn intuïtie: dit is zo goed!

Ik wil graag reageren!